Molenbeek

zaterdag 21 juli 2007

Molenbeek Voorontwerp structuurplan 2006

    (Klik HIER voor de zienswijze van SNN op het voorontwerp bestemmingsplan 2008)

3 april 2006

 B&W Gemeente Nunspeet
Marktplein
Nunspeet

Betreft: reactie in het kader vooroverleg ex art.10 BRO Voorontwerp Structuurplan Molenbeek

Geacht college

In het kader van het vooroverleg hebt u ons gevraagd commentaar te leveren op het Voorontwerp Structuurplan Molenbeek. Ons commentaar heeft enige vertraging opgelopen maar wij hopen door middel van deze brief een bijdrage te leveren aan de totstandkoming van het structuurplan. Eerst zullen wij ingaan op het verschijnsel ‘structuurplan’ en de wijze waarop hier in het plan inhoud aan is gegeven. Vervolgens gaan wij in op de inhoud van het plan zelf.

Functie van structuurplan

Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad voor het grondgebied van de gemeente of voor een gedeelte hiervan een structuurplan (-visie) vast. Het plan bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied alsmede de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid (WRO art.2.1). In het voorliggende ontwerpplan wordt in hoofdstuk 1 ingegaan op de functie van het plan:

-          bestendiging van het reeds gevestigde voorkeursrecht

-          schakel in de keten van indicatieve ruimtelijke planning naar bindende ruimtelijke ordening

-          communicatiemiddel met betrokken partijen in het planproces, zonder dat gemeente zich al te zeer vastlegt.

 Het plan geeft richting aan het ruimtelijke planproces door het formuleren van enkele structurerende uitspraken die als randvoorwaarden gelden bij de uitwerking van het structuurplan in bestemmingsplannen. Afwijking hiervan dient gemotiveerd te worden.

De volgende structurerende uitspraken worden in het plan aangegeven:

 Wij merken op dat de structurerende uitspraken weinig duidelijk zijn waar het betreft de ruimtelijke inrichting van het nieuwe woongebied zelf. Zo worden er geen indicatoren (kengetallen) vermeld voor de woningdichtheid (woningen/ha), voor parkeervoorzieningen (m2/huis) of voor het aandeel groen in de wijk (m2/buurt). Op structuurplan-niveau geeft juist die ingang de mogelijkheid om latere plannen te toetsen op kwaliteit van leefmilieu in de nieuwe woonwijken.

Wij missen in de structurerende uitspraken ook duidelijkheid ten aanzien van de aansluiting op het omliggende landschap. Dit aspect is zeer belangrijk omdat de geplande woonwijk Molenbeek aanzienlijk verder het landschappelijk open gebied insteekt langs de Bovenweg. Wij pleiten er voor om deze uitspraak verder uit te werken in het definitieve plan in de vorm van een aantal dwarsprofielen over de wijk met kritische hoogtematen voor toekomstige bebouwing in relatie met de ruimtelijke maatvoering van het open landschap ten noorden van de Bovenweg. Dit belang wordt elders in het plan overigens nog eens onderstreept (maar dan enkel gericht op de molen De Duif) door de aanwezigheid van het molenbiotoop (hfdst.2.8).

Van belang is hierbij ook hoe de open landschappelijke randzone langs de Bovenweg wordt vormgegeven (zie ook streekplan hierover). Het plan geeft geen enkele duidelijkheid op welke wijze deze randzone wordt ingericht en welke bestemming hiervoor vervolgens adequaat is.

Tenslotte zijn wij zeer verbaasd dat in de structurerende uitspraken geen enkele relatie is gelegd met de Natura 2000 gebieden die zowel ten noorden als ten zuiden binnen een afstand van 1 tot 2 km aanwezig zijn. Wij pleiten er voor om in de toekomstige ruimtelijke plannen binnen de gemeente het beginsel van ruimtelijke compensatie en mitigatie op te nemen ten einde negatieve effecten op Natura 2000 te kunnen adresseren. Het Europese Gerechtshof in Straatsburg heeft de laatste 10 jaren in meerdere uitspraken de nadruk gelegd op het vereiste dat ruimtelijke plannen die een (potentieel) effect op Natura 2000 gebieden hebben dit beginsel van compensatie en mitigatie dient te worden opgenomen.

Inhoudelijke opmerkingen

Het plan geeft in de hoofdstukken 2, 3 en 4 een beschrijving van plangebied, beleidskaders en uitvoerbaarheid. Wij zijn weinig tevreden over het niveau van deze beschrijvingen omdat of de beschrijvingen mank gaan aan oppervlakkigheid of de beschrijvingen geen adequate uitwerking geven voor het lokale niveau (bij beleidskaders is dat wel heel duidelijk zichtbaar).

Wij stellen u daarom voor het plan als volgt ingrijpend aan te passen en te complementeren:

Planbeschrijving

In hoofdstuk 5 wordt een model C gepresenteerd dat klaarblijkelijk al eerder is opgesteld. De motivatie van dit model is uiterst summier en een koppeling met de structurerende uitspraken wordt ook niet gelegd. Wij vragen ons dus af hoe dit plan tot stand is gekomen en hoe dit plan voldoet aan de structurerende uitspraken. Het model zou ook een verbinding moeten leggen met het omgevende landschap.

In hoofdlijnen zijn wij ingegaan op het voorontwerpplan. Wij gaan ervan uit dat onze opmerkingen en commentaar aanleiding geeft om het plan drastisch aan te passen en veel meer af te stemmen op de lokale situatie en ruimtelijke kwaliteiten.

Met vriendelijke groet,

Bijlage: detail-opmerkingen   

 Bijlage bij brief: Enkele detail-opmerkingen over het Voorontwerp Structuurplan Molenbeek

 Structuurplan: WRO spreekt over structuurplannen die tot doel hebben de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid vast te leggen en langs welke lijnen de gewenste ontwikkeling wordt verwezenlijkt. Dit voorliggende structuurplan heeft vooral tot doel de communicatie met betrokken partijen optimaal te benutten.

 Algemene beoordeling: een vaag plan met weinig inhoudelijke visie op het gebied zelf. Veel informatie die feitelijk op een hoger schaalniveau van toepassing is. De uiteindelijk planbeschrijving refereert aan drie modellen die zijn opgesteld (door wie?). Alleen model C (zandrug model) wordt verder genoemd en getoond. Waarom geen aandacht voor de andere modellen en wat is de status van model C? De inhoudelijke informatie in het plan is nogal fragmentarisch en duidelijk is geen bijdrage geleverd door een hydroloog, (aquatisch) bioloog en/of bodemkundige. De weergegeven informatie is uit diverse bronnen gehaald zoals provincie en natuurloket. Maar een eigen interpretatie van deze gegevens is niet uitgevoerd. Een samenhangende analyse van het landschapsecologische systeem (met bijvoorbeeld enkele goed gekozen dwarsprofielen over het gebied) ontbreekt geheel. Daardoor is een vrij abstract geheel ontstaan.

Inhoudelijke beoordeling op onderdelen:

Terug naar begin pagina